
Onze tweedaagse mini-roadtrip bracht ons vanochtend in het pitoreske, eh, historische, eh, behoorlijk verlaten Minlaton. Volgens de Yorke Peninsula tourism booklet was er een leuk animal park, een historisch vliegtuig en museum en speeltuin en barbecue in het park natuurlijk. Het dierenparkje hebben we wel gevonden, beetje jammer was dat ze alle kangaroes en schaapjes inmiddels als skippyburger en shoarma op de onschuldig ogende barbecue in het park hadden genuttigd. Het museum, waar we gelukkig toch niet voor kwamen, bleek te bestaan uit een enkel (goed onderhouden) eerste wereld oorlog vliegtuig dat door een lokale meneer na de oorlog uit Engeland naar Australië verscheept is, waarna hij een succesvol bedrijf begon en prompt zich al in 1924(!) te pletter vloog. Daar na is er nooit meer iets gebeurt in Minlaton. Na een korte pauze in de speeltuin zijn we dan ook verder gegaan naar Port Vincent.

Dat is ook gelijk het plaatsje waar we gisteren direct naar toe hadden moeten gaan. Hier was al het voedsel, aan een leuk strand, een gezellige koffie garden (denk Biergarten, maar dan zonder bier) en last but not least – het voelde alsof het leefde. Dat laatste kwam mogelijk omdat er ook jonge mensen waren die ook werkelijk plezier aan het hebben waren op en rond het water. Dat waren er niet veel, het is nog voorjaar, maar genoeg om verschil te maken met Moonta en Port Huggies.

Het is ons dan ook gelukt om was scampi en callimari te eten. Voor de kinderen natuurlijk lekker veel patat. We zijn natuurlijk wel slechte vaders. Geen vitamien te zien op een roadtrip voor onze kinderen. Dat was de eerste orde. Het was een prachtige, zij het een beetje winderige, lente dag. Prima weer om door de zee te stappen en schelpjes te zoeken. Ik moet je zeggen. Op 15 November in je korte broek met je blote voeten in de zee stappen. Is. Raar. Net zo verwarrend als de zon die door het noorden naar het westen gaat. Ik klaag niet, we hebben genoten, ik weet ook niet of wij of de kinderen meer genoten hebben – gelukkig is dat geen wedstrijd – maar. Het. Is. 15. November. Het moet koud zijn of zo.

En dan de reis zelf. Ik weet het. Asociaal. CO2. Broeikas. 450 kilometer rijden omdat je er zin in hebt. Sorry, I’ll make it up some other day. Zodra je het gebied rond Adelaide uit bent is het stil op de weg. Niet rustig zoals je wel kent van dinsdagmiddag in de flevopolder. Nee, het is eerder 4 uur ‘s ochtends stil. Of nog stiller. Ik ga eigenlijk niet echt voor mijn lol even op en neer naar Keulen vanaf Nieuwegein. Noem me een watje, maar dat is een drukke, relatief stressvolle rit. Met files enzo. Moet je van uitrusten. Maar hier, neem bijvoorbeeld van Minlaton naar Port Vincent, een stuk van zo’n 28 kilometer, we zijn geloof ik drie tegenliggers tegen gekomen. Voor en achter ons? Ik heb geen idee. Niemand gezien. Op een kruising een keer. Het zijn lange rechte stukken asfalt, en dan niet het spul dat smelt bij 35 graden, vaak 30 kilometer met alleen een heel flauw bochtje er in of gewoon lineaal recht. Met af en toe een Loungende Lizzard, een kleine dikke platte die zich opwarmt op de weg. Soms eentje die iets te plat is. Op de Yorke Peninsula waren de meeste wegen die wij gezien hebben afgebakend met rijen bomen. Erg mooi allemaal. En even zo plotseling kom je dan een ghosttown tegen, tien huizen waarvan je geen idee hebt hoeveel mensen er nog wonen.

Het links rijden ging ook erg lekker. Ik heb op 250 kilometer maar één keer de ruitenwisser gebruikt.
Location:Gilchrist Close,Greenwith,Australië