In 2009 is Maja’s opa overleden, een gezellige opa die een hobby kelder vol electronica, batterijladers, en veel rommel na liet.
En ook een hele oude Polaroid Land Camera 320. En daar kan je kan je nog best leuk foto’s mee maken. In deze tijd dat instant betekend dat je het binnen 2 seconden hebt, is dit weer heel wat anders.
We waren er stilletjes van uit gegaan dat ie stuk was, ik heb hem mee genomen voor de kinderen – leuk om mee te spelen. Natuurlijk kwam de vraag, papa, hoe werkt ie eigenlijk – en zo’n vraag ga je beantwoorden – en toen kwam ik er achter dat ie het vermoedelijk gewoon nog deed. Het enige wat ontbrak was een batterijtje en film. Een raar 3v geval. Kosten 15 euro, net als de film trouwens – 10 foto’s €15… Dat hebben we opgelost door een led-zaklampje van €2.50 te kopen (incl. 3 batterijtjes) en die batterij houder in de kamera te stoppen. Zo had opa Maus het ook gedaan. Moderne kamera’s zijn misschien krap opgezette stukjes precisie werk, deze duidelijk niet. De sluitertijd klonk nu goed. De lens van de kamera is een 114mm, f/8.8 stukje plastic. Met z’n 75 asa film stand zijn dat binnen vaak sluitertijden van meer dan 1 seconde… maar zou hij het dan ook echt doen? Hij lag weer lange tijd op de plank. Geen tijd. Excuses. Zo veel te doen.
Toen kwam ik Daphne Horn tegen, die volgende week Polaroid Sunday organiseerd. En we gingen ook nog dit weekeind e 60e verjaardag van Lisel vieren op de MS Oosterkim in Deventer. Een foto maken met de oude camera van haar vader…
Nu geen excuses meer dus. Film gekocht. En na de kamera schoon gemaakt te hebben, heb ik die natuurlijk verkeerd in de kamera gelegd:
Zonder handleiding is het niet altijd voor de hand liggend hoe je iets moet doen. Ik had het start-flapje, het zwarte papier wat voor de eerste foto zit verkeerd in de kamera gestopt. Dus die scheurde (gelukkig!) en ik moest de kamera open maken. Doordat ik er al iets aan getrokken had was onmiddellijk duidelijk wat de bedoeling was en heb ik de film cassette er goed in gekregen.
Voor €1.50 per foto wil ik natuurlijk wel zien hoeveel schade ik aangericht had, dus ik heb Maja, Dirk, Julian en Mirte het dek op gejaagd en we hebben onze eerste foto gemaakt.
Twee spannende minuten later zagen we dit plaatje. Zoals verwacht, een witte band, maar verder een mooie foto – de kamera werkt gewoon! De belichting is zelfs gewoon goed!
Dus nu iedereen aan dek!
De Schipper wilde wel even afdrukken, dus gelukkig sta ik er ook een keertje op. In de boot was het zo’n 20 graden, dus weer zo’n 2 minuten wachten op ontwikkelen en tadaa! Een hele gelukte foto!
Een heel geslaagd experiment. Opa Maus zou Stolz geweest zijn. Ik had er graag meer gemaakt, maar er zijn een aantal redenen waarom dit type film niet zo populair meer is. Een er van is dat de ontwikkeltijd erg afhankelijk is van de omgevingstemperatuur. Bij 20 graden is dat 2 minuten, bij 25 graden anderhalf, bij 15 graden 3 minuten… bij 10 graden… vierenhalve minuut. En onder de tien mag je het niet gebruiken. Het was koud buiten, dit weekeind.
Maar binnen in de boot was het zo mooi, daar wilde ik een polaroid foto van. Maar voor een daglicht film, 100 ISO en een f/8.8 lens, veel te donker, niet heel praktisch – een voorbeeldje van 100 ISO, sluitertijd van 1 seconde op de boot:
om een goed belichte foto te krijgen gaf de andere kamera aan dat de sluitertijd ca. 15 seconden moest zijn. Hum. Ho. Zonder statief. En dan nog het probleem van de film: de lampjes op de boot zijn erg warm, 2800K, niet de 5500K ‘daglicht’ waar de film voor gemaakt is. Dat zou er erg raar uit ziet met een lange sluitertijd, daar waren vroeger al die filters voor.
Maar de sluitertijd was zoooooo lang. Zo ontzettend lang dat handmatige flits-synchronisatie wel eens zou kunnen werken…
Maja was eerst wat skeptisch, maar met een paar minuten experimenteren hebben we de juiste combinatie gevonden. Vroeger, voor dat er digitale camera’s waren was dit heel erg ingewikkeld – losse licht meters, hopen dat het goed zou gaan. Nu is het een kwestie van proberen. Kijken wat het doet.
Ik heb de 5D, een van de duurste lichtmeters ter wereld, ter hand genomen en ingesteld op ISO100, f/9.0 met een 50mm lens er op, dat komt goed genoeg overeen met de Land camera 320. Niet op manual maar op B: ‘bulb’ zelfs – de polaroid kan dat namelijk ook – druk het knopje in en hij begint licht te meten, laat hem los en de sluiter gaat weer dicht – zelfs als de sluitertijd nog te kort is. Mijn opdracht aan Maja – zodra je mij hoort afdrukken, druk op het rode test knopje op de flitser. Ik zie de flits en laat vervolgens de sluiter weer los.
Dat werkt omdat het omgevingslicht heel weinig invloed heeft op de foto, zie de foto hier boven. Als je een beetje vlot bent lukt dit binnen 1 seconde. Wij zaten daar net iets onder. Het eerste testje zag er zo uit:
Te hard, te recht. Dus iets naar achter, iets op zij met de flitser, de straal iets breder, de kracht van 1/2 naar 1/4 zetten. Na wat heen en weer geschuifel stonden we zo opgesteld:
De flitser van opzij dus. En dat maakt dat het er zo goed uit ziet. Met nog een paar keer spelen kwamen we op het volgende resultaat met de 5D:
Vervolgens hebben we de lichtmeter van €2300 vervangen door de Polaroid Land Camera 320, twee spannende minuten wachten op het ontwikkelen en het resultaat zie je boven aan deze pagina.
Voor mij is dat historisch vermaak. anno 2011.




